De biografie van Uthmaan Ibn ‘Affaan deel 1

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Naam: ‘Uthmaan Ibn ‘Affaan Ibn Abie al-'Aas, de leider der gelovigen, Abu 'Amr en Abu 'Abdellaah. Hij werd zes jaar na het Jaar van de Olifant geboren. Hij was één van de eerste bekeerlingen en degene die twee keer emigreerde. Hij emigreerde naar Abessinië en daarna naar Medina. Abu Bakr was degene die hem tot de islam uitgenodigde. Ibn Ish’aaq zei: 'Hij was een van de eersten die zich tot de islam bekeerden, na Abu Bakr, Ali en Zayd Ibn H’aarithah.’ Ibn Sa’d verhaalde dat Uthmaan Ibn Affaan door zijn oom, Al-H’akam Ibn Al-'Aas, gevangen werd genomen. Hij bond hem vast en zei tegen hem: 'Wend jij je af van de religie van jouw voorouders en omarm je een nieuwe religie? Bij Allah, ik zal jou niet met rust laten totdat jij datgene verlaat waar jij je op bevindt.’ Uthmaan zei: 'Bij Allah, ik zal het nooit verlaten en zal er nooit afstand van nemen.’ Toen Al-H’akam zag dat hij standvastigheid was in zijn religie, liet hij hem gaan.

Hij wordt ook Dhoe An-Noerayn (de man met de twee lichten) genoemd omdat hij in totaal met twee dochters van de boodschapper van Allah, vrede zij met hem, was getrouwd. Hij trouwde met Roeqayyah de dochter van de boodschapper van Allah voor het profeetschap van de boodschapper van Allah, maar zij stierf ten tijde van de slag van Badr. Zij baarde Abdullah en 'Amr voor hem. De boodschapper van Allah, vrede zij met hem, liet hem daarna met zijn dochter Oem Kalthoem trouwen. Vervolgens stierf zij in het jaar 9 na de Emigratie. De geleerden zeiden dat niemand bekend stond om het feit dat hij met twee dochters van een profeet was getrouwd, afgezien van Uthmaan. Tijdens de pré-islamitische periode was hij één van de beste mensen onder zijn volk en genoot hij veel aanzien bij hen. Hij was rijk en toch bescheiden. Zijn volk hield veel van hem en had respect voor hem. Hij had nooit een afgod aanbeden of ontucht begaan, en nooit iemand onrecht aangedaan.

Uthmaan was niet kort en niet lang, had een knap gezicht, grote baard, donkerbruine huidskleur, dikke gewrichten en was breedgeschouderd. Abu Amr Ad-Daanie zei: 'Hij las de Koran voor aan de profeet, vrede zij met hem, en Abu Abderrahmaan As-Sulamie las de Koran voor aan hem zoals ook Al-Mughierah Ibn Abie Shihaab, Abu Al-Aswad en Zirr Ibn H'ubaysh dit hebben gedaan.' Ondanks de aanzien die hij onder zijn volk genoot, werd hij lastiggevallen nadat hij zijn bekering tot de islam openlijk had gemaakt. Nadat zijn volk de hoop dat hij terug zou keren naar het polytheïsme hadden opgegeven, lieten zij hem vrij waarop hij samen met zijn echtgenote naar Abessinië emigreerde.

Uthmaan, moge Allah tevreden met hem zijn, heeft alle veldslagen meegemaakt, afgezien van de slag van Badr. De boodschapper van Allah liet hem namelijk achter in Medina, zodat Uthmaan bij Roeqayyah kon blijven nadat zij ziek was geworden. Zij stierf een aantal dagen na de slag van Badr. Vervolgens trouwde Uthmaan met Oem Kalthoem de dochter van de boodschapper van Allah, vrede zij met hem. En daarom werd hij Dhoe An-Noerayn genoemd.

Toen de slag van Taboek aanbrak, bevonden de mensen zich in moeilijke tijden. De oogsttijd brak aan waardoor het nog moeilijker werd om ten strijde te trekken. De boodschapper van Allah spoorde de mensen aan om giften te geven omwille van jihad. Hij, vrede zij met hem, zei: 'Wie hen bewapent, zal door Allah vergeven worden.' Uthmaan bracht daarop duizend dinars en goot het uit in de schoot van de profeet, vrede zij met hem. De profeet zei daarop: 'Geen enkele daad zal Uthmaan deren na vandaag.' Hij bewapende het leger en voorzag hen zelfs van koorden en touwen. Ibn Shihaab Az-Zuhrie zei: 'Uthmaan voorzag het Noodlijdende Leger voor de slag van Taboek van 940 kamelen en 60 paarden. Hij vervulde daarmee de 1000.'

Al-Bukhaari zei: 'De profeet, vrede zij met hem, zei: 'Wie de put van Roemah graaft, krijgt het paradijs,' waarna Uthmaan het groef. Hij zei ook: 'Wie het Noodlijdende Leger bewapent, krijgt het paradijs,' waarna Uthmaan hen bewapende.' Anas verhaalde dat de boodschapper van Allah zei: 'De meest barmhartige persoon van mijn natie voor mijn natie is Aboe Bakr; de meest strikte in de religie van Allah is Omar; de meest oprechte in zijn schaamte is Uthmaan.' Overgeleverd door At-Tirmidhi. Abu Moesaa Al-Ash'arie zei: '…vervolgens kwam iemand anders om toestemming vragen. Hij (de profeet) was een tijdje stil en zei daarna: 'Geef hem toestemming en verblijd hem met het paradijs dat gepaard zal gaan met een beproeving dat hem zal treffen.' En het was Uthmaan Ibn Affaan.' Overgeleverd door Al-Bukhaari en Muslim.

Ibn Oemar zei: 'Tijdens het tijdperk van de profeet, vrede zij met hem, waren wij gewoon te zeggen: 'Abu Bakr en daarna Oemar en daarna Uthmaan.' Overgeleverd door o.a. Al-Bukhaari. Ibn Mas'oed zei nadat zij Uthmaan trouw hadden gezworen: 'Wij hebben de beste onder ons trouw gezworen, en wij zijn daarin niet tekortgeschoten.' Het is via diverse authentieke ketens overgeleverd dat Uthmaan de gehele Koran in één rak'ah had gereciteerd. In de maand Dhoe Al-Qi'dah van het zesde jaar na de Emigratie vertrok de profeet, vrede zij met hem, vanuit Medina richting Mekka om de Oemrah te verrichten, maar hij werd tegengehouden door de polytheïsten. Vervolgens sloot de boodschapper van Allah, vrede zij met hem, een akkoord met hen. De boodschapper van Allah stuurde toen Uthmaan Ibn Affaan naar Mekka als zijnde zijn afgezant om de polytheïsten te vertellen dat hij, vrede zij met hem, niet was gekomen om te vechten, maar om de Oemrah te verrichten.

In de biografie van Omar Ibn Al-Khattaab hebben wij vermeld hoe Uthmaan Ibn 'Affaan tot kalief werd gekozen. Omar Ibn Al-Khattaab werd in de maand Moh'arram begraven in het jaar 24 H. Uthmaan verleende 'Oebaydoellaah Ibn Oemar gratie, nadat Oebaydoellaah Al-Hurmuzaan, Djufaynah en de dochter van Abu Loe'loe'ah had gedood als vergelding voor de moord op zijn vader, Omar Ibn Al-Khattaab. Als staatshoofd had hij de bevoegdheid om over hem te oordelen. Na overleg met sommige metgezellen zei hij: 'Ik ben hun vertegenwoordiger (d.w.z. van degenen die door Oebaydoellaah gedood werden) en ik oordeel dat zij schadevergoeding dienen te krijgen. Ik zal dat zelf met mijn eigen vermogen betalen.'

In dit jaar werd Ar-Ray, door Abu Moesaa Al-Ash'arie, wederom veroverd nadat zij het verbond hadden verbroken. In dit jaar werd de mensen getroffen door veelvuldige neusbloedingen en het werd zelfs het 'Jaar van de Bloedneus' genoemd. Uthmaan werd ook getroffen en liet zelfs de bedevaart gaan, waarna Abdoerrah'maan Ibn 'Awf als leider over de bedevaart werd aangewezen. Azerbeidzjan en Armenië wordt door Al-Walied Ibn Uqbah aangevallen, nadat zij zich niet hebben gehouden aan het akkoord dat met hen was nagekomen. In dit jaar werd Abdoelmalik Ibn Marwaan, de bekende kalief, geboren.

Het jaar 25 H.:
Al-Walied Ibn Uqbah wordt door Uthmaan als gouverneur over Al-Koefah aangesteld, terwijl Sa'd Ibn Abie Waqqaas wordt afgezet. Al-Walied is de broer van Uthmaan van zijn moederskant. De inwoners van Alexandrië verbreken hun verbond waarna 'Amr Ibn Al-'Aas, de gouverneur van Egypte, hen bestreed. 'Amr Ibn Al-'Aas wordt afgezet als gouverneur over Egypte en Abdullah Ibn Sa'd Ibn Abie As-Sarh' werd de nieuwe gouverneur.

Het jaar 26 H.:
De Gewijde Moskee wordt uitgebreid.

Het jaar 27 H.:
Moe'aawiyah viel Cyprus aan en stak samen met het leger de zee over. Ubaadah Ibn As-Saamit en zijn echtgenote, Umm H'araam Bint Milh'aan, waren ook aanwezig. Zij stierf in Cyprus en werd daar begraven. De boodschapper van Allah, vrede zij met hem, had haar het martelaarschap verkondigd. Abdullah Ibn Sa'd viel (noordelijk) Afrika aan en werd vergezeld door Abdullah Ibn Oemar, Abdullah Ibn 'Amr Ibn Al-'Aas en Abdullah Ibn Az-Zubayr. Zij ontmoetten Djoerdjier, de koning van de berbers, en zijn leger bij Subetula (wordt tegenwoordig Sbeitla genoemd en ligt in het midden van Tunesië). Het leger van Djoerdjier bestond uit 200 duizend krijgers – er werd ook gezegd 120 duizend – en het moslimleger bestond uit 20 duizend krijgers. Abdullah Ibn Az-Zubayr kreeg Djoerdjier te pakken en doodde hem, waarna de moslims de veldslag wonnen. Vervolgens werd geheel (noordelijk) Afrika veroverd en de inwoners omarmden de islam en gaven gehoor aan de islamitische leiders.

Het jaar 28 H.:
Aboe Dja'far At-Tabari zei: 'Moe'aawiyah viel Cyprus aan en sloot een akkoord met hen met de voorwaarde dat zij belastinggeld (Al-Djizyah) moesten betalen.' Al-Waaqidie zei: 'In dit jaar viel Habieb Ibn Maslamah Syrië – behorend tot het Byzantijnse rijk – aan.' Al-Walied Ibn Uqbah viel Azerbeidzjan aan en sloot hetzelfde akkoord als Hudhaifah Ibn Al-Yamaan eerder met hen had afgesloten.

Het jaar 29 H.:
Uthmaan zette Aboe Moesaa af als gouverneur van Al-Basrah en stelde Abdullah Ibn Aamir Ibn Koerayz aan. Abdullah Ibn Aamir veroverde vervolgens Istakhr (Iran) alsook Asbahaan (Iran). In dit jaar werd de Profetische Moskee uitgebreid. Uthmaan Ibn Affaan verrichtte de bedevaart. Hij verrichtte de gebeden in Minaa en in Arafah voluit (dus vier rak'ah). Ali Ibn Abie Taalib en Abdurrah'maan Ibn 'Awf spraken hem hierover. Hij zei tegen 'Abdurrah'maan: 'Ik heb gehoord dat onwetende mensen hebben gezegd dat een niet-reiziger twee rak'ah dient te bidden en dat zij zeiden 'zie Uthmaan (reiziger); hij bidt twee rak'ah'. Daarom heb ik vier rak'ah gebeden. En daarnaast heb ik een echtgenote in Mekka.'

Al-Walied Ibn Uqbah werd afgezet en Sa'ied Ibn Al-'Aas werd de nieuwe gouverneur over Al-Koefah. Het moslimleger viel Tabaristan aan waarna de stad werd veroverd. Vele gebieden van Khorasaan werden in dit jaar veroverd. Verder werden ook Naysaaboer en Toes veroverd. In dit jaar werd het gehele Perzische Rijk veroverd door Ibn 'Aamir. Ook andere gebieden in die omgeving werden veroverd. Vervolgens verbraken de inwoners van Khorasaan de overeenkomst en brachten een groot leger op de been en verzamelden zich bij Marwoe. Al-Ah'naf Ibn Qays trok naar hen toe om hen te bevechten. Hij bestreed ze en versloeg ze. Het was een grote en bekende veldslag. Nadat Ibn 'Aamir dit grote gebied had veroverd, namen de rijksinkomsten gigantisch toe. De rijkdommen stroomden vanuit alle windrichtingen naar de islamitische schatkist. Abu Yoesoef Al-Qaadhie zei: 'Zij haalden tweehonderdduizend zakken uit de schatkist van Kisraa (keizer van Perzië). In elke zak zat vierduizend.'

Het jaar 31 H.:
Abu Abdellaah Al-H'aakim An-Naysaaboerie heeft gezegd: 'Onze leraren zijn het unaniem over eens dat de verovering van Naysaaboer geschiedde na het sluiten van een akkoord. Zij kwamen overeen dat de verovering in het jaar 31 H. plaats had gevonden.' Tijdens dit jaar vond ook de veldslag in de omgeving van Soedan plaats.

Het jaar 32 H.:
In dit jaar vond de veldslag bij Al-Madhieq plaats, vlakbij Constantinopel. De opperbevelhebber van het leger was Moe'aawiyah, moge Allah tevreden met hem zijn.

Het jaar 33 H.:
Tijdens dit jaar werden Cyprus en noordelijk Afrika aangevallen volgens Ibn Ish'aaq en anderen. Volgens Al-Layth Ibn Sa'd was destijds Abdullah Ibn Abie As-Sarh' de opperbevelhebber. Volgens Khaliefah viel Moe'aawiyah in dit jaar de stad Malatya in het huidige Turkije aan. In dit jaar viel Abdullah Ibn Abie As-Sarh' Abessinië aan.

Het jaar 34 H.:
Tijdens dit jaar kwamen de inwoners van Al-Koefah tegen hun gouverneur – Sa'ied Ibn Al-'Aas – in opstand en zij joegen hem uit de stad weg. Zij kozen voor Abu Moesaa Al-Ash'arie en stuurden Uthmaan een brief daarover, waarna hij hem als gouverneur over Al-Koefah aanstelde. In dit jaar vond de zeeslag van Dhaat As-Sawaari – in de buurt van Alexandrië – plaats. De opperbevelhebber was Abdullah Ibn Abie As-Sarh'.

In dit jaar vond de moord op Uthmaan plaats. Hierbij een korte samenvatting van deze gebeurtenis. De kalief Uthmaan werd door een groep mensen uit Egypte en Irak werd bekritiseerd. Zij vertrokken naar Medina om hun beklag te doen bij Uthmaan, moge Allah tevreden met hem zijn. Nadat zij Uthmaan hadden gesproken en hij hen tevreden had gesteld, vertrokken zij weer huiswaarts. Maar dit werd betreurd door de bedenkers van het plan, degenen die onrusten wilden zaaien. Vervolgens stelden zij diverse valselijk brieven op namens o.a. Uthmaan, Ali en andere metgezellen. Zij vervalsten een brief namens Uthmaan waarin hij aan de gouverneur van Egypte opdracht zou hebben gegeven om de opstandelingen te doden wanneer zij weer thuiskwamen. Zij gaven deze brief aan een knecht van Uthmaan mee. De Egyptenaren kwamen deze knecht tegen op hun weg terug naar Egypte. Zij namen hem gevangen en ontdekten de brief. Vervolgens keerden zij terug naar Medina, samen met hun medeopstandelingen uit Irak, om verhaal te halen bij Uthmaan.

Zij omsingelden het huis van Uthmaan en deze omsingeling duurde meer dan twintig dagen volgens Ibn Qoetaybah. Er zijn meerdere periodes genoemd en waarvan de periode twee maanden en twintig dagen de langste periode is die genoemd werd. Op vrijdag twaalf Dhoe Al-H'idjah van het jaar 35 H. werd hij vermoord, moge Allah tevreden met hem zijn. Volgens de meest juiste uitspraak was hij destijds 82 jaar oud. En zo heeft Uthmaan Ibn Affaan, moge Allah tevreden met hem zijn, het martelaarschap verkregen zoals zijn leermeester, de profeet Mohammed, hem verteld heeft. Yazied Ibn Abie Habieb heeft gezegd: 'Ik heb gehoord dat de meeste mensen die naar Uthmaan waren gegaan krankzinnig zijn geworden.'

Moge Allah Uthmaan Ibn Affaan belonen voor datgene wat hij voor de islam en moslims heeft gedaan. Moge Allah tevreden met hem zijn. Wij vragen Allah de Verhevene om ons samen met hem bij elkaar te laten komen in het paradijs. Moge Allahs salaat en salaam zijn met onze profeet Mohammed alsook met zijn familieleden en metgezellen. En alle lof komt Allah toe.


Team Dawah-tv