De biografie van Talha Ibn Oebaydellaah

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Naam: Abu Mohammed Talha Ibn Oebaydellaah Ibn Uthmaan Al-Qorashie, At-Tamiemie. Zijn moeder heette As-Sa’bah Bint Al-H’adhramie. Ook zij had zich tot de islam bekeerd en ook zij emigreerde. [Fath Al-Baarie] Talha was een van de tien metgezellen voor wie de boodschapper van Allah heeft getuigd dat zij tot de paradijsbewoners zullen behoren. Hij behoorde tot de eerste acht moslims en was een van de vijf moslims die via Abu Bakr moslim zijn geworden. Hij was een van de zes metgezellen die deel uitmaakten van de benoemingscommissie; de benoemingscommissie die met het benoemen van de derde kalief was belast. Talha was iemand met een goed hart en was altijd op zoek naar goedheid. Hij heeft de pre-islamitische periode meegemaakt en het deed hem zeer om te zien hoe zijn volk leefde. Hij en anderen verlangden hevig naar een betere situatie en een reinere levensomgeving. Nadat hij volwassen was geworden, begon hij handelsreizen te ondernemen.

Zijn wens werd snel vervuld want de profeet Mohammed werd door Allah gestuurd om de mensen vanuit de Duisternis te halen en naar het Licht te leiden. Toen Talha de oproep tot de islam hoorde, twijfelde hij geen seconde. Hij gaf direct gehoor aan de oproep, toen Abu Bakr hem tot de islam uitnodigde. Hij wist zeker dat de profeet Mohammed zonder enige twijfel betrouwbaar was en de waarheid sprak. Hij wist ook zeker dat Abu Bakr een eerlijke man was en dat het onmogelijk is dat hij en de profeet het gezamenlijk eens zouden zijn over een dwaling. Ondanks de status die Talha onder zijn volk genoot, werd hij gemarteld vanwege zijn bekering tot de islam. Toen de geliefde profeet naar Medina emigreerde, emigreerde hij ook zodat hij kon genieten van de gezelschap van de profeet .

Talha Ibn Oebaydellaah heeft de slag bij Badr niet bijgewoond, omdat hij op handelsreis was naar Ash-Shaam. Hij vond het ontzettend spijtig dat hij afwezig was, maar de boodschapper van Allah heeft hem toch een gedeelte van de oorlogsbuit gegeven. Hij heeft verschillende overleveringen op gezag van de profeet verhaald. Hij heeft in de Moesnad van Baqiey Ibn Makhlad 38 overleveringen, inclusief herhaalde overleveringen. Hij heeft twee overleveringen die zowel door Al-Boekhaarie en Moslim zijn verhaald. Verder heeft Al-Boekhaarie twee overleveringen van hem verhaald en Moslim drie.

Abu Hoerayrah verhaalde dat de boodschapper van Allah op de (berg) H’iraa was samen met Abu Bakr, Oemar, Uthmaan, Ali, Talha en Az-Zoebayr. De rots begon te bewegen waarop de boodschapper van Allah zei: ‘Wees kalm. Op jou bevinden zich enkel een profeet of een Siddieq of een martelaar.’ [Moslim] De boodschapper van Allah zei: ‘…Talha is in het paradijs.’ [1] [Ahmed, At-Tirmidzie en anderen]

Moesaa en Iesaa – de twee zonen van Talha – verhaalden dat hun vader heeft verteld dat de metgezellen van de boodschapper van Allah een bedoeïen vroegen om hem te vragen wie diegene was die zijn belofte is nagekomen. Zij durfden namelijk het hem niet te vragen uit eerbied en ontzag voor hem . Hij (Talha) zei: ‘De bedoeïen vroeg hem rerover maar hij beantwoordde zijn vraag niet. Daarna vroeg hij het nogmaals maar hij beantwoordde zijn vraag weer niet. Daarna kwam ik aan lopen vanuit de moskeedeur en ik had groene kleren aan. Toen de boodschapper van Allah mij zag, vroeg hij : ‘Waar is degene die naar degene die zijn belofte is nagekomen, vroeg?’ De bedoeïen zei: ‘Ik, o boodschapper van Allah.’ Hij zei: ‘Hij daar behoort tot degenen die hun beloften zijn nagekomen.’ [Abu Ya’laa, At-Tirmidzie en anderen]

Djaabir Ibn Abdellaah zei: ‘Ik hoorde de boodschapper van Allah zeggen: ‘Wie het leuk vindt om een martelaar die over de aarde loopt te zien, dient te kijken naar Talha Ibn Oebaydellaah.’’ [At-Tirmidzie en de overlevering is authentiek verklaard door Shaykh Al-Albaanie]

Qays Ibn H’aazim zei: ‘Ik heb de hand van Talha gezien waarmee hij de boodschapper van Allah beschermde; het was verlamd.’ [Al-Boekhaarie] Ibn Sa’d verhaalde op gezag van Ash-Sha’bie dat de boodschapper van Allah gewond raakte aan zijn neus en kiezen tijdens de slag bij Uhoed. En dat Talha Ibn Oebaydellaah de boodschapper van Allah met zijn hand beschermde; en dat hij in zijn hand was getroffen waarop zijn vinger verlamd raakte. Abu Oethmaan An-Nahdie zei: ‘Niemand bleef op die dag – waarin de boodschapper van Allah heeft gevochten (tijdens de slag bij Uhoed) – bij profeet I, behalve Talha en Sa’d. En dat hebben zij mij verteld.’ [Al-Boekhaarie]

Imaam Moslim verhaalde dat de profeet heeft gezegd: ‘Talha heeft het verplicht gemaakt.’ [2] Az-Zoebayr zei: ‘De boodschapper van Allah droeg tijdens de slag bij Uhoed twee harnassen. Hij liep richting een rots (en wou erop klimmen) maar hij kon niet. Talha ging eronder liggen waarop de profeet via hem op de rots klom.’ Az-Zoebayr zei: ‘Ik hoorde de profeet zeggen: ‘Talha heeft het verplicht gemaakt.’’ [At-Tirmidzie] Moesaa Ibn Talha zei: ‘Talha heeft met de boodschapper van Allah twintig en nog wat verwondingen opgelopen.’

Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) zei: ‘Wanneer Abu Bakr over de Dag van Uhoed sprak, zei hij: ‘Die dag was helemaal voor Talha.’ [Abu Daawoed At-Tayaalisie] Talha zei: ‘Ik heb op de Dag van Uhoed overal op mijn lichaam verwondingen opgelopen; zelfs op mijn geslachtsdeel.’

Djaabir heeft gezegd: ‘Tijdens de Dag van Uhoed toen de mensen waren weggelopen, was de boodschapper van Allah nog maar met twaalf man van Al-Ansaar overgebleven op een bepaalde plek. Onder was ook Talha Ibn Oebaydellaah. De polytheïsten haalden hen in waarop de profeet zei: ‘Wie neemt het op tegen hen?’ Talha zei: ‘Ik.’ De boodschapper van Allah zei: ‘Blijf op jouw plek.’ Een van Al-Ansaar zei: ‘Ik, o boodschapper van Allah.’ Hij zei: ‘Oké, jij.’ Hij streed totdat hij werd gedood. Vervolgens keek hij en (zag) de polytheïsten. Hij zei: ‘Wie neemt het op tegen hen?’ Talha zei: ‘Ik.’ Hij zei: ‘Blijf op jouw plek.’ Iemand van Al-Ansaar zei: ‘Ik.’ Hij zei: ‘Oké, jij.’ Hij streed totdat hij gedood werd. Hij bleef dit vervolgens zeggen waarop een van Al-Ansaar hen bestreed. Hij vocht zoals degenen voor hem hebben gevochten, totdat hij werd gedood. Dit bleef zo doorgaan totdat alleen Talha en de profeet van Allah waren overgebleven. De boodschapper van Allah zei: ‘Wie neemt het op tegen hen?’ Talha zei: ‘Ik.’ Talha vocht zoals elf man hadden gevochten. Hij werd aan zijn hand geraakt waarna zijn vingers er af werden gehakt. Hij zei: ‘H’iss (dat wil zeggen: au).’ De boodschapper van Allah zei: ‘Als jij Bismi Allah had gezegd, hadden de engelen jou omhooggetild terwijl de mensen kijken.’ Daarna hield Allah de polytheïsten tegen.’ [An-Nasaa’ie]

Zijn gulheid:
Qabiesah Ibn Djaabir zei: ‘Ik heb Talha vergezeld en heb niemand gezien die zoveel geld weggaf zonder erom gevraagd te worden, dan hij.’ [Ibn Sa’d]

Soe’daa Bint Awf – de echtgenote van Talha – zei: ‘Op een dag kwam ik bij Talha. Hij zag er somber uit en ik zei tegen hem: ‘Wat is er? Misschien heb je iets van jouw gezin gezien wat je niet leuk vindt?’ Hij zei: ‘Nee, bij Allah. Jij bent een goede moslimechtgenote, maar het komt door het geld dat ik heb. Het heeft mij droevig gemaakt.’ Ik zei: ‘Waarom ben je dan droevig? Geef het aan jouw mensen.’ Vervolgens riep hij: ‘O jongen, roep mijn mensen.’ Daarna deelde hij het onder hen uit. Ik vroeg aan de beheerder: ‘Hoeveel heeft hij weggeven?’ Hij zei: ‘Vierhonderdduizend.’ [At-Tabaraanie, Ibn Sa’d en anderen]

Al-H’asan Al-Basrie verhaalde dat Talha Ibn Oebaydellaah een stuk grond voor zevenhonderdduizend had verkocht. Hij kon die nacht niet slapen uit bezorgdheid over dat geld. Toen het ochtend was, heeft hij het uitgedeeld.’

Zijn dood:
Nadat de rechtgeleide kalief, Uthmaan Ibn Affaan, door de opstandelingen werd gedood, kreeg Talha een schuldgevoel hierover. Az-Zoebayr en hij vertrokken vanuit Medina naar Mekka, en vanuit Mekka naar Al-Basrah samen met Aishah de moeder der gelovigen.[3] Talha had spijt dat hij Uthmaan niet had beschermd (maar het was Uthmaan die hen verbood om hem te beschermen) en zag geen andere boetedoening dan de eis om dood van de moordenaars van Uthmaan. Dit resulteerde uiteindelijk tot het gevecht van Al-Jamal (Kameel) waarvan Talha een van de eerste slachtoffers was. Ad-Dahabie zei: ‘De moordenaar van Talha is qua zonde gelijk aan de moordenaar van Ali.’ Ali Ibn Abie Taalib theeft gezegd: ‘Kondig het Vuur aan voor de moordenaar van Talha.’

Hij werd gedood in de maanden Djumaadaa Al-Aakhirah of Radjab van het jaar 36 H. Hij was ongeveer 62 jaar oud geworden. Talha Ibn Oebaydellaah had meerdere hoogwaardige kinderen. De beste van hen was Mohammed As-Sadjaad. Het was een goede jongeman die Allah veelvuldig aanbad en gehoorzaam was. Hij werd geboren toen de profeet nog leefde. Ook hij vond de dood tijdens de Dag van Al-Jamal. Ali Ibn Abie Taalib raakte verdrietig door zijn dood en zei: ‘Hij werd gedood door de gehoorzaamheid aan zijn vader.’

Moge Allah tevreden zijn met deze hoogwaardige metgezel – Abu Mohammed Talha Ibn Oebaydellaah. Moge Allah tevreden zijn over alle metgezellen van de profeet r. Moge Allahs salaat en salaam zijn met onze profeet Mohammed, alsook met zijn familieleden en metgezellen.

[1] Vertaler: zie de volledige overlevering in de biografie van Oemar en Abu Oebaydah.
[2] Vertaler: sheikh Mustafa Al-Adawie zei : ‘Dat wil zeggen: hij heeft een daad verricht waardoor het paradijs voor hem verplicht werd.’ Zie As-Sahieh Al-Moesnad Min Fadhaa’il As-Sahaabah, p. 148.
[3] Vertaler: zie onze artikelen hierover: De Moord Op Uthmaan en De Biografie Van Ali Ibn Abie Taalib .


Samenvattend overgenomen van:

  • Siyar al-A’laam an-Noebalaa’ van imaam Ad-Dahabie.
  • As-Sahieh Al-Moesnad Min Fadhaa’il As-Sahaabah van Shaykh Mustafa Al-Adawie.
  • Fadhaa’il As-Sahaabah van imaam Ahmed met de revisie van Shaykh Wasieyoellaah Abbaas.
  • Ashaabu Ar-Rasoel van Shaykh Mahmoed Al-Misrie.